Waarom staak ik?

Lang heb ik getwijfeld. Ik heb de publieke opinie immers tegen. En toch buig ik nu niet voor die obligate anti-stakinghouding. Ik staak maandag mee.

Niet omdat ik vakbonden met alle plezier volg. Deze organisaties vertegenwoordigen voor mij geen open manier van denken en houden te hard vast aan verworven rechten. Ik staak ook niet omdat ik staken het ideale middel vind om mijn mening kracht bij te zetten. Ik weet maar al te goed dat ik in de eerste plaats mijn leerlingen en collega’s in de steek laat en dat geen minister beseft dat ik vandaag niet werk. En ik staak ook niet omdat ik niet langer wil werken. Wat doet het ertoe of ik tot mijn 58, 60, 62 of 65 moet werken. Ik ben 28 en mijn loopbaan nog maar net aan het opbouwen.

Wel staak ik omdat gezegd wordt dat deze pensioenhervormingen absoluut noodzakelijk zouden zijn om een hoofd te bieden aan de crisis. De crisis die, tussen haakjes, niet veroorzaakt is door u en mij. Maar oké, dat er besparingen nodig zijn, begrijp ik. En toch vraag ik mij af waarom de sterkste schouders niet de zwaarste lasten dragen: geen vermogensbelasting, geen hogere belasting op bedrijfswagens, geen aanpak van de notionele intrestaftrek… Ik staak omdat ik mijn kinderen niet wil opvoeden in een maatschappij waar enkel het recht van de sterkste heerst.

Ik heb fundamentele problemen met de manier waarop besparingen worden geprojecteerd op mensen die zich absoluut geen besparingen kunnen permitteren. Ik gruw van het gemak waarmee er geschermd wordt met de woorden ‘iedereen zal het voelen’. Ik ben vastbenoemd leraar in het secundair onderwijs, betaal al bijna 5 jaar mijn eigen huis af, doe elke maand braaf aan pensioensparen. Mij kosten die besparingen op korte termijn in het slechtste geval een citytrip. Hoe jammer ik dat ook vind, so be it. Ik overleef dit heus wel. Het jammere aan deze besparingsronde is net dat ze niet de mensen raakt met hun jaarlijkse safari in een ver land. Deze pensioenhervormingen zijn niet moeilijk te dragen voor mensen die ook aan pensioenpijlers 2, 3 en 4 bouwen.

Daarnaast raken deze besparingen in de eerste plaats vrouwen: zij die nog altijd moeten uitleggen waarom ze toch in godsnaam een job én een huishouden proberen te combineren. Mijn mannelijke collega’s werken praktisch allemaal voltijds, hoor!

Daarom pleit ik voor grondige, maar sociaal rechtvaardige hervormingen waarbij het woord ‘langetermijnvisie’ geen loos begrip blijft. Ik ben ervan overtuigd dat langer werken moet kunnen – op een haalbare manier. Werkgevers horen ervoor te zorgen dat mensen inderdaad tot hun 65 actief kúnnen zijn. Maar dat zal enkel lukken door structurele hervormingen. Zorg voor jobs die fysiek haalbaar zijn en waarbij de ervaring van de 60+’ers als pluspunt wordt gezien. Ook moet het mogelijk blijven om je loopbaan te spreiden en dus mogen tijdskrediet en gelijkgestelde periodes niet afgebouwd worden. Er moet een moment mogelijk zijn waarop het gezin meer aandacht verdient dan de job. Wie weet heeft dat ook een positief effect op het aantal (neoliberale) burn-outs bij dertigers. Stel je voor! Ben ik echt zo’n watje als ik dat standpunt verdedig?